Ga naar hoofdinhoud
Rijksarchief Leuven

De vrijgevochten kapiteinsdochter

Vrijwilliger Willy Stevens ontdekte tijdens de recente inventarisatie van het archief van de schepenbank en het stadsbestuur van Vilvoorde processtukken over een zaak die op het einde van de achttiende eeuw over alle tongen ging in de stad. In deze video vertelt hij jullie graag zelf het verhaal van notaris Henri De Lellio en Florence De Franquen. 
'Vilvordia', gezicht op Vilvoorde<br />

'Vilvordia', gezicht op Vilvoorde, gravure - Algemeen Rijksarchief, Topografisch-historische atlas, nr. 1075. U kan de gravure online bekijken in onze zoekomgeving nadat u bent ingelogd met uw rijksarchief-account. Registreren kan via deze webpagina

In de jaren 1793-1794, de periode na de herovering van de Zuidelijke Nederlanden door de Oostenrijkers op de Franse republiek, beroert een groot schandaal Vilvoorde. Centraal staat de zestienjarige Florence, de dochter van Emanuel de Franquen, een kapitein in het Oostenrijkse leger. Het botert echter niet goed tussen vader en dochter, en in een poging te ontsnappen aan het strenge ouderlijke gezag van haar vader, sluit Florence achter zijn rug een huwelijksovereenkomst met de twintigjarige Joseph Van Diepenbeek, een lokale bode. Om de huwelijksplannen te ondersteunen, laat Florence bovendien in de overeenkomst vastleggen dat ze 4000 gulden - een bijzonder groot bedrag - schadeloosstelling aan Joseph zal betalen indien het huwelijk toch niet zou doorgaan. Voor voldongen feiten gesteld, wil vader Emanuel kost wat kost dit huwelijk verhinderen en de overeenkomst nietig laten verklaren. Daarom daagt hij Joseph en diens vader voor de schepenbank van Vilvoorde. Om zijn zaak te bepleiten, doet hij een beroep op notaris Henri De Lellio, een vriend des huizes.

<a href="https://www.europeana.eu/nl/item/90402/RP_P_2009_2158">Almanakprentje uit 1789: staande man en vrouw op de rug gezien</a>

'Almanakprentje: staande man en vrouw op de rug gezien', Ernst Ludwig Riepenhausen, 1789 - Collectie Rijksmuseum

Notaris De Lellio komt geregeld over de vloer terwijl de rechtszaak lopende is, maar al snel neemt de zaak een wending die vader Emanuel absoluut niet had voorzien: terwijl hij vanwege militaire taken afwezig is, groeit er een romance tussen Florence en de 26 jaar oudere notaris. Florence gaat regelmatig naar het huis van De Lellio om te avondmalen, waarna hij haar bij avonden en ontijden veilig naar huis brengt en ze zich samen terugtrekken in haar slaapkamer solus cum sola (hij alleen met haar). Haar broer Thomas en de meid Barbara zijn hiervan getuige. Bij zijn terugkeer uit Brussel, verneemt vader Emanuel bovendien dat Florence en de notaris regelmatig eene gesloten bovencaemer betrekken in de herberg van Isabella vander Heyden. Emanuel de Franquen voelt zich zo diep gekrenkt, dat hij de opdracht van de notaris bij de schepenbank onmiddellijk intrekt en een klacht wegens zedenfeiten tegen zijn raadsman indient. Florence heeft in tussentijd de ouderlijke woning definitief verlaten en haar intrek genomen in de herberg van Isabella vander Heyden.

De schepenbank stelt daarop een commissie aan die de zaak verder zal onderzoeken, bestaande uit de burgemeester, de eerste schepen en de stadssecretaris. Een huiszoeking in de herberg heeft geen resultaat, aangezien Florence onraad had geroken en via de achterdeur was gevlucht. Een koetsier brengt haar daarop naar de herberg "het Wit Cruijs" in Brussel. In de zoektocht naar zijn dochter, krijgt vader Emanuel hulp van sassenier Van Laethem, die werkzaam was aan de sluis op de Willebroekse vaart in het gehucht de Drie Fonteinen bij Vilvoorde. Door de aanwezigheid van verharde wegen, logeergelegenheid en een dagelijkse bootdienst tussen Brussel en Vilvoorde, is dit gehucht een knooppunt voor personen- en goederenvervoer. Maar blijkbaar doen ook roddels er snel de ronde, want sassenier van Laethem blijkt wel erg goed op de hoogte van het doen en laten van Emanuels dochter. 

De sluis van Drie fonteinen, detail uit een kaartboek van de abdij van Ter Kameren

De sluis van drie fonteinen, detail uit een kaartboek van de abdij van Ter Kameren, landmeter Guillielmus Couvreur, 1719 - Algemeen Rijksarchief, Kaarten en plannen, reeks II, nr. 8676, fol. 26v-27r.

<a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archieven/zoekresultaat/ead/index/eadid/BE-A0518_717499_800932_DUT/node/c%3A1.c%3A0.c%3A2.c%3A1.#c:1.c:0.c:2.c:1.">Stukken betreffende het proces tussen Emanuel de Franquen en notaris Hendrik de Lellio: zedenfeiten met dochter Florence de Franquen, 1794.</a>

Kostenstaat van het verblijf van Florence en notaris de Lellio in kamer 23 van de herberg "het Wit Cruijs" in Brussel. Aangerekend zijn onder andere koffie, thee, soep, ontbijt, tassen chocolatde voiture en het logement - Rijksarchief Leuven, Archief van de schepenbank, het stadsbestuur en de meierij van Vilvoorde, nr. 423.

Samen met de sassenier vertrekt vader Emanuel naar Brussel, op zoek naar de herberg het "Wit Cruijs". Daar aangekomen krijgen ze pas na lang aandringen de tafelknecht aan de praat. Die zegt dat Florence en de notaris geruime tijd alleen zijn geweest in kamer 23, en dat hij het koppeltje 's ochtends samen in bed betrapte toen hij het haardvuur in de kamer wou aansteken. Van hem vernemen ze ook dat het meisje met een sjees naar Antwerpen is vertrokken en van plan was om haar vluchtroute verder te zetten naar Holland. 

Ondertussen heeft de geruchtenmolen in Vilvoorde haar werk gedaan, waardoor notaris De Lellio meer en meer begint te vrezen voor zijn reputatie. Hij zet alles op alles om aan het schandaal te ontsnappen en probeert de miskende huwelijkskandidaat Joseph van Diepenbeek te overhalen ook naar Holland te gaan om daar alsnog met Florence te trouwen. Als Joseph weigert mee te gaan in zijn plan, deinst De Lellio er zelfs niet voor terug om drukkingsmiddelen in te zetten. De jongeman voelt zich daarop bedreigd en besluit alles op te biechten aan de schepenbank. De Lellio houdt in tussentijd contact met de in Holland verblijvende Florence, en doet daarvoor een beroep op twee koetsiers. De vrouw van één van de koetsiers, de Vilvoordenaar Portaals, wordt echter ongerust over deze gang van zaken en besluit de schepenbank in te lichten. Die neemt de zaak zeer ernstig. De door haar aangestelde commissarissen begeven zich zelfs naar het "Wit Cruijs" in Brussel om zelf na te gaan wat er zich daar precies had voorgedaan. 

Bij gebrek aan bronnen blijft de uiteindelijke afloop van de zaak onduidelijk. In ieder geval kreeg de reputatie van de notaris een flinke deuk. Na enkele jaren te blijven, wisselde hij uiteindelijk het kleine Vilvoorde in voor de anonimiteit van de grootstad Brussel. Florence verging het niet beter: uit de overgeleverde briefwisseling kunnen we afleiden dat ze na haar vlucht naar Nederland al snel arm en ziek werd. 

<a href="https://search.arch.be/nl/zoeken-naar-archieven/zoekresultaat/ead/index/eadid/BE-A0518_717499_800932_DUT/node/c%3A1.c%3A0.c%3A2.c%3A1.#c:1.c:0.c:2.c:1.">Stukken betreffende het proces tussen Emanuel de Franquen en notaris Hendrik de Lellio: zedenfeiten met dochter Florence de Franquen, 1794.</a>

Brief die Florence De Franquen na haar vlucht naar Holland aan haar (ex-)verloofde Joseph Van Diepenbeecke verstuurde (A monsieur Joseph Vandipebeck chez mr. son père a Villevorde). In de brief richt ze enkele troostende woorden tot Joseph en raadt ze hem aan zijn 'smarten in Gods handen te leggen' en 'tevreden te zijn met het lot' - Rijksarchief Leuven, Archief van de schepenbank, het stadsbestuur en de meierij van Vilvoorde, nr. 423.